De markt voor waterstofdragers groeit minder snel dan een paar jaar geleden werd verwacht. Uit een geactualiseerde volumestudie van Arcadis, Berenschot en TNO blijkt dat de volumes tot 2035 lager uitvallen dan eerder geraamd. Tegelijk blijft hun rol in het Nederlandse energiesysteem groot. De studie, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, schetst zo een realistischer beeld van een sector in opbouw. Tijdens de World Hydrogen Summit in Rotterdam zijn belanghebbenden al geïnformeerd over de betekenis van de uitkomsten.
De opschaling gaat niet vanzelf. Beleidskeuzes, verplichtingen en compensatie voor hoge kosten bepalen het tempo. Zonder heldere langetermijnkoers en consistent beleid blijven investeringen uit. Het rapport zet de belangrijkste aannames, scenario’s en onzekerheden op een rij en laat zien welke groeipaden tot 2035 denkbaar zijn.
Lees het rapport: Open overheid
De update bouwt voort op de volumestudie uit 2023 en verwerkt recente ontwikkelingen in beleid, markt en technologie. Waar eerder nog werd gerekend op snelle opschaling en hoge importvolumes, laat deze analyse gematigder groeipaden richting 2035 zien. Daarmee biedt de studie een actueler vertrekpunt voor keuzes over infrastructuur, investeringen en beleid.
Waterstofdragers
Ook bij forse binnenlandse elektrolyse blijft import van waterstofdragers nodig. Methanol en ammoniak blijven daarbij de belangrijkste dragers, onder meer voor industrie, kunstmest en transport. De rol van Nederland als doorvoerland naar Duitsland staat daarbij niet vast. Importcorridors, concurrentiekracht en de timing van infrastructuurprojecten bepalen hoe sterk Nederland zich in deze keten positioneert.
Concurrentiekracht
De volumes hangen sterk af van de concurrentiekracht van de industrie in Noordwest-Europa en van de economische haalbaarheid van lokale waterstofproductie. Arcadis, Berenschot en TNO werkten daarom drie scenario’s voor 2035 uit: geen voorspellingen, maar verkenningen van wat verschillende aannames betekenen.
Belangrijk uitgangspunt is dat marktpartijen door de hoge kosten niet meer RFNBO inzetten dan verplicht is, of waarvoor compensatie beschikbaar is. Die verplichtingen zijn nu concreter, maar lager dan eerder werd aangenomen. Daardoor ligt zelfs het meest ambitieuze scenario in dezelfde orde als het minst ambitieuze scenario uit de vorige studie.
De update onderstreept dat flexibiliteit, planning en internationale afstemming nodig zijn. De jaren tot 2035 zijn vooral een fase van opschalen en bijsturen. Juist dan worden de keuzes gemaakt die het energiesysteem van 2050 bepalen.