AUTEUR

Bart Biemans
Specialist Ecologie
Specialist Ecologie

Kwetterende wekkers onder de dakpannen, gierende geluiden in de lucht en kleine fladderaars in de avondschemering. Deze waarnemingen maken mijn dag compleet. Toch zijn ze niet vanzelfsprekend. Ondanks de trend meer woningen te bouwen, merk ik namelijk dat de verblijfplaatsen voor gebouwbewonende diersoorten steeds schaarser worden. Daar maak ik me zorgen over. Waar gaat het mis en hoe bieden we deze soorten meer ruimte?

 

Gebouwbewonende diersoorten hebben het moeilijk, omdat er minder geschikte verblijfplaatsen zijn. Dat komt door verschillende ontwikkelingen in de bouwsector. Vanuit het bouwbesluit uit 2012 mag een muur, gevel of dak geen openingen hebben die groter zijn dan één centimeter. Dit heeft deels te maken met het weren van plaagdieren want die houden we het liefst buiten de deur. Zeker als het gaat om soorten die schade veroorzaken aan het gebouw of aan de gezondheid van mensen. Ratten, muizen en wespen ontzeggen we toegang door het plaatsen van zogenaamde bijenbekjes in de muren of vogelschroot onder de dakpannen. Deze maatregelen sluiten helaas ook onze beschermde huismussen en vleermuizen buiten. Terwijl zij juist afhankelijk zijn van loze ruimten, zoals in spouwmuren of onder daken.

Te glad, te warm

Ook het type bouwmateriaal beïnvloedt de toegang. Voor moderne gebouwen gebruiken we steeds meer metaal, glas en kunststof. Dit heeft een veel gladder oppervlak dan de klassieke bouwmaterialen zoals hout en baksteen. Vleermuizen en gierzwaluwen hebben hierop geen grip waardoor ze de verblijfsruimte in het pand niet bereiken. Daarnaast heeft de materiaalkeuze ook invloed op de temperatuur in achterliggende ruimten. Voor vleermuizen en vogels mag het verblijf in de winter niet te koud zijn en in de zomer niet te heet. Voor 2030 wil Nederland 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzamen. Dat houdt in dat muren goed geïsoleerd moeten zijn door bijvoorbeeld na-isolatie. Door de spouwmuren volledig op te vullen met isolatiemateriaal blijft er niets over van de verblijfmogelijkheden . Ik vind het des te schokkender dat het na-isoleren, vaak onbewust, gebeurt op momenten dat er nog dieren in de spouwmuur zitten.

Oplossing: natuurinclusief bouwen

Minder gebouwbewonende soorten betekent verlies van biodiversiteit. Het tast daarmee de leefbaarheid in onze steden aan. Dit gaan we tegen met natuurinclusief bouwen. Deze aanpak draagt bij aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden, aan de vergroening en leefbaarheid van onze steden en dorpen en geeft de natuur meer ruimte. Het aanbieden van geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende soorten maakt hier deel van uit. Bij Arcadis werk ik mee aan Soort Management Plannen (SMP’s) voor gemeenten en woningcorporaties waarbij natuurinclusieve nieuwbouw de norm is. We houden dan specifiek rekening met de aanwezige diersoorten in de huidige bebouwing. Momenteel worden speciaal ontworpen inbouwstenen geplaatst als nestelsteen voor huismus en gierzwaluw of als verblijf voor vleermuizen. Deze stenen zitten in de buitenmuur van de woning en dus afgesloten van andere ruimten. Dat vind ik een mooie oplossing. Zowel mens als dier hebben een dak boven hun hoofd, zonder in elkaars vaarwater te zitten.

Puntensysteem

Natuurinclusief bouwen lijkt echter niet zo vanzelfsprekend. Voor verschillende gemeenten ontwikkelde Arcadis een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen, bijvoorbeeld voor gemeente Den Haag. Ontwikkelaars moeten een minimum aantal natuurvriendelijke maatregelen treffen voordat zij een vergunning krijgen. Een keuzelijst van natuurvriendelijke maatregelen is gekoppeld aan een aantal punten: hoe natuurvriendelijker, des te hoger het aantal punten. Toch is natuurinclusieve nieuwbouw in de meeste regio’s vooralsnog volledig optioneel. Dat vind ik een gemiste kans.

Het nieuwe normaal

Voor nieuwbouw zou ‘volledig natuurinclusief’ de norm moeten zijn. Daarom heeft Arcadis het manifest ‘Bouwen voor Natuur’ geïnitieerd. Hierin pleiten wij samen met andere partijen voor natuur als vanzelfsprekend ingrediënt in alle nieuwbouw. Het manifest vraagt de politiek om natuurinclusief bouwen vast te leggen in een nieuw regeerakkoord. Bijvoorbeeld als onderdeel van het Bouwbesluit, zodat dit verplicht wordt.

Vintage verblijven

Het plaatsen van verblijfsvoorzieningen kost vaak extra werk. De verblijfsvoorzieningen moeten voldoen aan de eisen van de diersoort (meestal gecontroleerd door een ecoloog), de aannemer moet ze correct inplaatsen en de eigenaar moet ze onderhouden. Dat moet toch makkelijker kunnen, zou je zeggen?

In mijn ideale wereld gaan we weer bouwen zoals in de jaren 70. Dan doel ik niet op de okergele woonkamer muren en fel oranje badkamertegels. Ik heb het over de bouwwijze en de gebruikte materialen waarbij de aannemer niet na hoeft te denken over natuurinclusief bouwen: die manier van bouwen bood standaard openingen en ruimten die geschikt zijn voor beschermde soorten. Als we die manier van bouwen (uiteraard in duurzamere vorm) nu net als vintagekleding weer hip maken, dan hebben huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen straks weer voldoende plekjes om te wonen. Die uitdaging ga ik graag aan!

AUTEUR

Bart Biemans
Specialist Ecologie
Specialist Ecologie