Als huisvestingsadviseur zie ik dat organisaties die voortvarend bezig zijn met het thema duurzaamheid, het lastig vinden om dit te vertalen naar hun huisvestingsstrategie.

Waarom is dit belangrijk en hoe doe je dat precies? Lees mijn blog.

 

Gebouwen zijn vaak het meest zichtbare bewijs van wat een organisatie doet op het gebied van duurzaamheid. Consistentie tussen het ‘corporate’ duurzaamheidsbeleid en de huisvesting is daarom belangrijk om geloofwaardig te zijn. Gebouwen hebben grote impact op het milieu door hun gebruik van energie, materiaal, water, de bijbehorende mobiliteitsbehoefte en de verstoring van de biodiversiteit. Daarnaast wordt veel (milieu)wetgeving de komende jaren aangescherpt. Hier tijdig rekening mee houden voorkomt dat je een gebouw moet aanpassen op een ongelukkig moment.

Duurzame gebouwen hebben een positieve invloed op de arbeidsproductiviteit/ -geluk met bijvoorbeeld natuurlijk licht, natuurlijke materialen, gezondere lucht en bijvoorbeeld minder tocht. Een kleine winst in arbeidsproductiviteit levert al snel een veelvoud op van de investering in een duurzamere werkomgeving. Duurzame gebouwen hebben geen of lagere energiekosten of leveren zelfs energie aan het bedrijfsproces. Dat moet je meewegen bij de vergelijking van huisvestingsmogelijkheden, anders lijken duurzame gebouwen ten onrechte duurder dan ze zijn.

Locatie

Ook de locatie speelt een belangrijke rol. Gebouwen met een betere afstemming op de woonplaats van je medewerkers in combinatie met vestiging in de omgeving van ov-knooppunten en fietsroutes leidt niet alleen tot minder CO2 uitstoot, maar ook tot lagere mobiliteitskosten, tot kortere reistijden en gezondere medewerkers.

En tenslotte de vastgoedmarkt... Echt duurzame gebouwen zijn schaars, dus is het zaak er in je huisvestingsstrategie rekening mee te houden door bijvoorbeeld meer tijd te nemen om een geschikt gebouw te vinden, een bestaand gebouw te verduurzamen of een nieuwbouwproject te starten.

Hoe integreer je duurzaamheid?

In mijn eerste maanden bij Arcadis kreeg ik de kans om in een multidisciplinair team voor een multinational met bijna honderd locaties in ruim dertig landen duurzaamheid in de huisvestingsstrategie te integreren. Er was voor vastgoed geen centraal beleid. Een analyse van de duurzaamheidsdoelstellingen van het bedrijf leverde het inzicht op dat deze niet één op één te vertalen waren naar het vastgoed maar wel richtinggevend gebruikt konden worden. We vertaalden deze richtinggevende thema’s naar zes overzichtelijke hoofdthema’s die relevant zijn voor het huisvestingsbeleid van dit wereldwijd opererende bedrijf in de voedselindustrie.

Vervolgens was er meer inzicht nodig in de wereldwijde vastgoedportefeuille. Daarvoor werd centraal vastgoeddata en energieverbruik verzameld en gestructureerd. Al snel bleek dat we het duurzaamheidsbeleid moesten specificeren voor de verschillende gebouwtypen. Productielocaties waren bijvoorbeeld groot, buiten stadscentra, energieslurpers en in eigendom. Kantoren waren compact, in stedelijke gebieden, met middellange huur- en servicecontracten. Opslagruimten waren klein, maar groot in aantal op verouderde industrieterreinen met korte huurcontracten. Dus de mogelijkheden om de huisvesting duurzamer te maken verschilde per gebouwtype en ook de impact van maatregelen op portefeuilleniveau. Het verduurzamen van een klein logistiek gebouw dat niet in eigendom is, waar het huurcontract kort was en waar eigenlijk niemand werkte en waar nauwelijks energie werd gebruikt, was dus minder relevant dan bijvoorbeeld een groot kantoor op eigen terrein.

Ambities beschrijven

In drie virtuele workshops kwamen wereldwijde medewerkers samen om de duurzaamheidsambities te bepalen. Dit maakten we inzichtelijk in een ambitieweb per gebouwtype. Zo hadden we een instrument om de duurzame vastgoedambities uit te leggen aan alle betrokkenen. Deze ambities hebben we vervolgens vertaald naar concrete KPI’s per gebouwtype en een eerste lijst met relevante verduurzamingsmaatregelen. Het ‘spinneweb’ is vervolgens te gebruiken als meetinstrument in projecten.

Kennis en draagvlak

Dit was een eerste stap om tot een duurzame huisvestingsstrategie te komen, maar wel een zeer essentiële. Het leidde tot meer kennis en draagvlak bij de organisatie en het inzicht dat duurzaamheidsdoelstellingen op vastgoedgebied geïnspireerd moeten zijn op het duurzame bedrijfsbeleid, maar niet exact hetzelfde zijn. Ze moeten ‘vertaald’ worden naar die aspecten waarop vastgoed waarde kan toevoegen en ze mogen verschillen per gebouwtype. Ook werd duidelijk dat het handiger is om de duurzaamheidsambities hoger te stellen dan het wettelijk minimum, gezien de verschillende regels in de diverse landen. De duurzame huisvestingsstrategie wordt door deze opdrachtgever nog verder uitwerkt in projectplannen. De huisvestingsmanager is nu direct al in staat om lokale huisvestingsprojecten te toetsen aan de centrale duurzaamheidsambities.

AUTEUR

Jan Pieter Klep
Jan Pieter Klep
Senior Huisvestingsadviseur
Senior Huisvestingsadviseur