Transitie naar 3KV op spoor bespaart fors energie en is financieel haalbaar

Het Nederlandse spoor moet overschakelen van de spanning op het bovenleidingnet van 1,5 naar 3 kV. Deze omschakeling heeft louter voordelen, die vooral ten gunste komen van het milieu. We vinden het moeilijk te begrijpen dat deze omschakeling niet door alle stakeholders, maar vooral de politiek, met beide handen wordt aangegrepen.

Al voor de Tweede Wereldoorlog is gekozen voor 1,5 kV in combinatie met gelijkstroom. Dit was namelijk goedkoper dan wisselstroom en de overgebleven treinen na de oorlog reden allemaal op 1,5 kV. Maar de tijd staat niet stil!

Het belangrijkste voordeel bij een omschakeling is dat het vermogen bij deze hogere spanning beschikbaar komt bij lagere stromen. Daardoor daalt het transportverlies van stroom en ontstaat er een hoger elektrisch rendement. Remmende treinen leveren hun elektrische vermogen makkelijker over aan optrekkende treinen in plaats van dit om te zetten in warmte. Bij een gelijkblijvend vermogen daalt daardoor de CO2 uitstoot fors. Dit effect groeit door het terugwinnen van energie als de trein remt, want met 3kV stijgt het zogeheten recuperatief vermogen.

Voor de zogeheten regiolijnen geldt dit effect nog sterker omdat het recuperatieve vermogen niet op de regiolijn zelf gebruikt kan worden. Onder 3 kV wordt het vermogen teruggegeven aan het hoofdrailnet. Alles tezamen levert dat een energiebesparing op van zo’n 20 procent ten opzichte van het huidige systeem. Daarnaast heeft meer vermogen per trein als voordeel dat stoptreinen sneller kunnen optrekken en makkelijker voor doorgaande treinen (sneltreinen) kunnen rijden. Het gebruik van het spoornetwerk wordt dus efficiënter, waardoor het in de lijn van de verwachting ligt dat de kwaliteit voor de treinpassagiers toeneemt. Bovendien ontstaat er zo ruimte voor het inbrengen van extra treinen.

Uitgedrukt in geld levert de transitie naar 3kV 34 miljoen euro per jaar op aan energie en 55 miljoen euro aan rijtijden baten. Dat is dus 89 miljoen euro per jaar. Dan de kosten: De verbouw van de spoorinfrastructuur vergt een investering van ongeveer 354 miljoen euro. Om de treinen aan te passen is ook nog eens 381 miljoen euro nodig. De totale investering bedraagt dus zo’n 735 miljoen euro. De investering in het netwerk voor een beter milieu is in iets meer dan acht jaar terugverdiend, dat blijkt uit een onderzoek dat vorig jaar is uitgevoerd en waar Arcadis ook bij betrokken was.

De voordelen zijn evident voor zowel het klimaat als op financieel gebied. Daarom willen wij hier een pleidooi houden om zo snel mogelijk het Nederlandse spoornetwerk om te bouwen. Dat is niet alleen beter voor het milieu, maar ook de passagiers en de spoorsector zelf plukken hier de vruchten van.

Cécile Cluitmans

Directeur Divisie Gebouwen +31 (0)6 2706 0267 Stel mij een vraag