Een zandhagedis met een staartje

De aanleg van een fietspad door de Amsterdamse Waterleidingduinen kent een lange aanloop en vele hobbels. Een van de hoofdrolspelers: de zandhagedis. Na vele jaren touwtrekken velde de rechter in december 2016 een voorlopig (negatief) eindoordeel. Een uitspraak die in eerste instantie verstrekkende consequenties leek te hebben voor vele volgende procedures. Uiteindelijk blijkt dat mee te vallen, met dank aan de nieuwe Wet natuurbescherming.

Zandhagedis
Soms raak je als adviseur verzeild in projecten die in langdurige procedures eindigen bij de rechtbank of de Raad van State. Eén van die projecten is de aanleg van een fietspad door de Amsterdamse Waterleidingduinen, vanaf het pannenkoekenhuis de Oase naar de nieuwe natuurbrug over de Zandvoortselaan. Initiatiefnemers zijn hier de Provincie Noord-Holland en een aantal gemeenten, die de recreatie willen bevorderen met een mooie route van het achterland naar zee. Maar er zijn ook diverse tegenstanders. Stichting Natuurbelang is daarvan de belangrijkste woordvoerder. Hun argument: een fietspad tast de fraaie waterleidingduinen te veel aan.

Mijn eigen betrokkenheid bij dit project stamt al uit 2011. De plannen voor een fietspad bestaan echter veel langer. Eerder hadden andere adviseurs al hun tanden stukgebeten op de natuurwetgeving. Hun conclusie was dat er in dit Natura 2000-gebied tussen alle aangewezen habitattypen geen vergunbaar tracé te vinden was. De Provincie was daar niet tevreden mee en vroeg andere partijen om een tracé te ontwikkelen dat wél vergunbaar was. De provincie koos voor ons voorstel; een tracé waarin zoveel positieve natuurmaatregelen waren opgenomen dat de natuur er per saldo flink op vooruit zou gaan. Dat was niet heel moeilijk, omdat zowel het grijze duin als de duinbossen langs het tracé van een slechte kwaliteit zijn. Door grijs duin te plaggen en exoten uit het duinbos weg te halen zou de schade van het fietspad ruimschoots worden gemitigeerd. Te meer omdat dit tracé voor het overgrote deel over een bestaande dienstweg was gedacht. Naar ons idee zou dat vergunbaar moeten zijn. Provincie en gemeenten en ook de terreinbeheerder Waternet waren het daarmee eens, evenals de diverse bevoegde gezagen. De vergunningen werden verleend. Maar ook aangevochten.

De in dit geval onvermijdelijke gang naar de rechter zagen we met het nieuwe tracévoorstel met vertrouwen tegemoet. Maar waar we geen rekening mee hadden gehouden was dat in de tussentijd het Europese Hof van Justitie een uitspraak zou doen over een andere kwestie, het zogeheten A2-arrest. De consequentie van die uitspraak was dat natuurmaatregelen die bedoeld zijn als mitigatie van effecten voortaan moeten worden gezien als compensatie als daarbij óók beschermd habitat verloren gaat. Dat lijkt een woordenkwestie. Maar in het geval van grijs duin betekent dit dat de vergunning afhankelijk werd van de Europese Commissie, een vrijwel onbegaanbare weg. De Provincie trok het voorstel in.

De Provincie bedacht daarom een tracé dat zo min mogelijk door grijs duin loopt (minder dan nodig is om het significant te noemen) en zo veel mogelijk door minder prioritair duinbos. Het werd een tracé dat met een extra boog en veel slingers via vooral duinbos naar de uitgang van het park leidde. Bovendien werden alle natuurherstelmaatregelen geschrapt (want aan te duiden als compensatie). Een oplossing waar niemand blij mee was, maar naar de letter van de wet opnieuw vergunbaar. Inderdaad: de vergunning werd verleend. En aangevochten.

In de aanloop naar de rechtszaak kwam Stichting Natuurbelang met het argument dat het fietspad onaanvaardbare schade zou toebrengen aan de populatie zandhagedissen van de Stokmansberg, een groot duincomplex nabij de natuurbrug. Nu hadden we de gevolgen voor de zandhagedis naar vermogen getoetst, maar toch werd dit één van de hete hangijzers tijdens de rechtszitting.

Uiteindelijk vernietigde de rechtbank afgelopen december de omgevingsvergunning om twee redenen. De eerste was dat een recreatief fietspad niet kan worden gezien als een dwingende reden van groot openbaar belang (wat nodig is om natuuraantasting te mogen accepteren). De tweede reden was dat het bevoegd gezag (RVO) in haar bijdrage aan de vergunning niet had onderbouwd dat het gebruik van het fietspad zonder significante gevolgen was voor de zandhagedis. Aan de beoordeling van het tracé door grijs duin en droog duinbos kwamen de rechters niet toe. 

Bij het laatste argument van de rechters ging het expliciet om de kans dat zandhagedissen al-dan-niet per ongeluk worden doodgereden door fietsers die over het fietspad rijden. De rechters baseerden het vonnis op artikel 9 van de Flora- en faunawet, dat elk doden of verwonden van beschermde dieren verbiedt. Volgens de rechters maakt het niet uit of een fietser dat expres of per ongeluk doet. Dat is een unicum, want tot nu toe werden infrastructuurprojecten zelden aan artikel 9 getoetst, maar vooral aan de artikelen 10 en 11 (het verstoren van een beschermde diersoort resp. het vernietigen of beschadigen van leefgebied). Aan de artikelen 10 en 11 hadden wij terdege getoetst, maar toetsen aan artikel 9 leek wat onzinnig. Er bestaat namelijk altijd een kans op een onbedoeld ongeluk: een automobilist kan een ree aanrijden, een duif kan tegen een ruit aanvliegen en een zandhagedis kan door een fietser worden verwond. Volgens de rechter zou je moeten onderbouwen dat dit geen significante invloed heeft op de instandhouding van de soort.

De zandhagedissen van de Amsterdamse Waterleidingduinen zouden dus nog voor een flinke staart kunnen zorgen voor de toetsing van vrijwel elk nieuw project in Nederland. “Zou”, want sinds 1 januari vormt de nieuwe Wet natuurbescherming het toetsingskader. En laat die nu net het onopzettelijk doden van dieren uitsluiten! Dat betekent dat een wegeigenaar nog steeds voldoende voorzorgsmaatregelen moet nemen, maar dat hij niet meer verantwoordelijk is voor dieren die per ongeluk worden aangereden. En dat is terecht. Een absurde kronkel in de natuurwetgeving is hiermee voorkomen.

Dolf Logemann

Oud-collega (Ecologie en Natuurbeleid)