De verkeersovertreder de koning van de weg

Door Jos Vrieling, verkeerspsycholoog en expert mobiliteit bij Arcadis

Of zo lijkt het toch! Het is een cliché: we gedragen ons anders wanneer niemand kijkt. Kinderen voelen zich kleine koningen wanneer ouders niet kijken en graaien snel in de snoeppot of springen op de bank. Maar ook wie voor de wet volwassen is, vertoont niet altijd het bijhorende gedrag. Zeker niet op de weg. Wanneer er geen politie te bekennen is, gaat het gaspedaal dieper naar beneden, is rechts inhalen plots geen probleem meer, en kunnen we best wel even een telefoontje plegen of een berichtje sturen. We voelen ons de koning van de weg.

Tegenstrijdige verlangens

Begin 2017 verscheen een op het eerste zicht verwarrend bericht in de pers. Het BIVV had in haar “VerkeersONveiligheidsenquête” ontdekt dat 58% van de Belgen meer snelheidscontroles wil. Tegelijk gaf 72% toe zich buiten de bebouwde kom niet altijd aan de snelheidsregels te houden. En daar bleef het niet bij: minder dan 5% vindt het “sociaal aanvaardbaar” te bellen achter het stuur, een zonde waar toch 22% van de respondenten zich soms schuldig aan maakt. Paradoxaal. Hoe vallen deze vaststellingen met elkaar te rijmen? Hoe komt dat we au fond een veiliger verkeer willen, maar daar niet naar handelen in ons dagelijks leven?

Waarom doen we wat we doen?

Laten we even teruggaan naar de oorsprong van verkeersovertredingen. Hoe komen we erbij om te hard te rijden, of te sms’en achter het stuur? Uiteraard denken mensen niet zuiver rationeel, maar wanneer het gaat om ongewenst gedrag te vertonen, maken we toch een vrij weloverwogen keuze. Elk individu maakt een eigen inschatting van de kans die hij loopt om betrapt te worden. In vaktaal heet dit de “subjectieve pakkans”. Die afweging wordt bepaald door verschillende factoren zoals de zichtbaarheid van de politie, de inschatting van de eigen rijvaardigheid (iemand die zichzelf een goed chauffeur vindt, zal sneller bellen tijdens het rijden), en herinneringen aan eerdere overtredingen waarbij hij/zij tegen de lamp liep. Op basis hiervan bepalen weggebruikers hun verkeersgedrag, en dus ook of ze zich bepaalde overtredingen kunnen veroorloven.

Handhaving: de subjectieve pakkans verhogen

Verkeershandhaving - en handhaving in het algemeen – is deels gebaseerd op de subjectieve pakkans. Simpel gezegd: hoe hoger je de kans inschat om gestraft te worden, hoe beter je je gedraagt. Niemand houdt ervan met de vinger gewezen te worden. Daarom moeten we vooral inzetten op het vergroten van die zogenaamde “subjectieve pakkans”, en in mindere mate op een strengere bestraffing. Om dat te bekomen, moet er wel een reële kans op betrapping zijn. Toch meer “echte” handhaving dus. Voor een optimaal effect moet deze zichtbaar en herkenbaar zijn. Denk dus aan meer politie op de weg en meer flitsers.

Er bestaat ook onzichtbare handhaving. Zoals bekend komen er in Vlaanderen de komende jaren flink wat trajectcontroles bij. Rijd je bij zo’n controle te snel, dan besef je dat pas weken later – wanneer een dure envelop op je deurmat valt. Je bent dan wel gestraft, maar er is geen directe terugkoppeling naar het gedrag dat aan de basis van de straf ligt. Slecht voor de subjectieve pakkans. Op de duur zal deze door dit soort handhaving dalen, en stijgt het onwenselijke gedrag.

Cijfers van de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid tonen aan dat de subjectieve pakkans voor de meest voorkomende overtredingen sinds 2003 in een neerwaartse beweging zit. Een uitzondering is gordeldracht, vermoedelijk een gevolg van een geslaagde campagne (wie kent de befaamde “tuimelwagens” niet?) en optredens door de politie. Snelheid heeft de hoogste subjectieve pakkans: in 2012 sprak 33% van de bevraagden van een “grote” kans om gepakt te worden. In 2003 was dit nog 48%. Voor alcohol is de daling nog groter: van 21% naar 7%. Deze cijfers verklaren de kloof tussen onze wens voor een veiliger verkeer, en de verkeersovertredingen waar we ons schuldig aan maken. Jaar na jaar daalt onze “schrik” voor een straf. En dus loert een gevoel van straffeloosheid om de hoek.

De kloof “dichtrijden”: zichtbaarheid en handhaving

Het doel van zichtbaarheid en handhaving mag niet zijn de schatkist te spekken. Het zijn middelen om een verhoogde verkeersveiligheid te bereiken. Anno 2017 zijn de voornaamste oorzaken van zware verkeersongevallen overdreven snelheid, gebruik van alcohol en drugs, en gsm-gebruik. Het zijn dus op deze risico’s dat de handhaving zich moet richten, om de subjectieve pakkans van deze misstappen te verhogen. Dus niet minder handhaving, maar meer, zichtbaarder en gericht op de gevaarlijkste gedragingen.