De omgevingsvergunning: een vloek of een zegen? 5 aandachtspunten

Door Guy Van den Broeke, senior expert vergunningen bij Arcadis

De omgevingsvergunning, die de milieuvergunning en stedenbouwkundige vergunning integreert, komt eraan. En dat op 23 februari 2017, zo is ons beloofd. Deze hertekening van het Vlaamse vergunningenlandschap – de twee vergunningen worden onlosmakelijk met elkaar verbonden - zou leiden tot kortere procedures en meer rechtszekerheid voor initiatiefnemers van projecten. Maar klopt dat wel? Momenteel is er nog veel onzekerheid: wij bieden een overzicht van de voornaamste aandachtspunten.

 

1. Tijdswinst: enkel bij een positief advies

 

De eenmaking van de procedure is in de eerste plaats positief. Er zal namelijk slechts één adviesronde plaatsvinden over één geïntegreerd dossier. De administratieve last wordt beperkt en er is minder openbaar onderzoek: er valt een tijdswinst te verwachten voor projecten. Toch is er ook een valkuil: als het voorwerp van het aanvraagdossier naast stedenbouwkundig delen, ook milieurelevante aspecten bevat (bv. het aanleggen van vegetatie), dan mag dit niet over het hoofd gezien worden. Een negatieve beoordeling die hieruit voortkomt, heeft uiteraard ook betrekking op het gehele dossier, wat betekent dat een nieuwe aanvraag moet worden ingediend. U riskeert dan veel tijd te verliezen (misschien meer dan in de huidige situatie). Volledig zijn in beide onderdelen is de boodschap!

 

2. Beroep is schorsend

 

Indien er beroep wordt aangetekend tegen een project, is dit momenteel slechts in bepaalde uitzonderlijke gevallen (door gouverneur, burgemeester of overheidsinstantie) schorsend. Met de omgevingsvergunning verandert dit: ook een beroep door een derde, bijvoorbeeld een buur, schorst de beslissing tot het beroep is behandeld, waardoor de timing ca. 5 maanden opschuift.  U heeft er dus belang bij om uw aanvraag goed te onderbouwen, zodat een duurzame beslissing zal worden genomen waartegen moeilijk beroep kan worden aangetekend.

 

3. Passende beoordelingen moeten opnieuw gebeuren

 

Reeds uitgevoerde “passende beoordelingen” voor activiteiten die plaatsvinden in de nabijheid van natuurgebieden, zullen na de invoering van de omgevingsvergunning niet meer gebruikt kunnen worden. Voor nieuwe dossiers wordt dus verwacht dat er een nieuwe passende beoordeling wordt gemaakt, om te zien of de natuurdoelstellingen nog steeds kunnen worden gehaald.

4. Vereenvoudigde procedure: laat u niet vangen door de naam

 

In de omgevingsvergunning zullen twee procedures bestaan: de gewone en de vereenvoudigde procedure. In deze laatste is de voorziene doorlooptijd veel korter, maar dit vormt een mogelijk risico. De bevoegde overheid heeft namelijk heel weinig tijd om tot een conclusie te komen, waardoor adviezen mogelijks behoudsgezinder en dus ongunstig kunnen uitvallen. Indien u als reactie beroep aantekent, kost dat weer veel meer extra tijd. We vermoeden dus dat deze procedure weleens het tegengestelde van “eenvoud” zou kunnen brengen in uw projectproces. De boodschap is: start tijdig met uw aanvraag, zo heeft u het meeste rechtszekerheid.

 

5. Vraag een voorlopige goed- of afkeuring van het ontwerp-MER door de dienst MER

 

Indien u een voorlopige goedkeuring verkrijgt van de dienst MER, kan het MER tijdens de vergunningsaanvraag enkel nog worden afgekeurd op basis van nieuwe informatie uit het openbaar onderzoek of de adviesvraag als deel van de aanvraagprocedure. Krijgt u echter een voorlopige afkeuring, dan heeft u nog de kans om aanpassingen door te voeren op basis van de opmerkingen, en kan het aangepast MER ingediend worden bij de definitieve vergunningsaanvraag. Zo verhoogt u uw kans op slagen.

 

Conclusie: vloek of zegen?

 

Bovenstaande punten vormen maar een deel van de ons bekende onzekerheden rond de finesses van de omgevingsvergunning. Met zoveel vragen en twijfels kan u zich terecht afvragen: wat staat er ons te wachten vanaf 23 februari?

 

Het staat vast dat het invoeren van de nieuwe procedures op die dag van start zullen gaan. Dit zal gefaseerd verlopen, maar meer details zijn hier nog niet over bekend. Het valt ook te verwachten dat de behandeling van dossiers aanvankelijk wat extra tijd zal vergen, gezien alle betrokken partijen nog moeten wennen aan de nieuwe werkwijze.

 

Kortom, we kijken momenteel afwachtend naar de komst van de nieuwe regelgeving. Het eenmaken van de procedure biedt mooie kansen, maar momenteel zien we echter nog heel wat vragen en twijfels. We duimen dus voor een pragmatische aanpak in de aanvangsfase en een finale uitkomst die de levensvatbaarheid en doorlooptijd van projecten in Vlaanderen ten goede zal komen.