5 tips voor minister Tommelein

Door Bert Gielen, senior expert milieutechnologie bij Arcadis

Recent riep kersvers minister van Energie Bart Tommelein op om te blijven investeren in zonnepanelen. Graag geef ik 5 tips aan de minister, om in Vlaanderen het maximum te halen uit zonne-energie en zo de klimaatdoelstellingen alsnog dichterbij te brengen.

1. Stimuleer microgrids

Microgrids zijn kleinschalige elektriciteitsnetten, waarbij de elektriciteit rechtstreeks van de bron (bv. een zonnepaneel) naar een groep verbruikers (bv. een woonwijk, een kantoorgebouw, een bedrijvenpark) wordt gebracht.

Een eerste grote voordeel, zijn de energiebesparingen die microgrids met zich meebrengen. Doordat de stroom slechts kleine afstanden aflegt, en niet wordt omgezet in invertors en transformators, is er minder elektriciteitsverlies. Bovendien werkt een microgrid op gelijkstroom. De meeste van onze apparatuur (verlichting, smartphone, laptop, etc.) werkt al op gelijkstroom en zou dan rechtstreeks gevoed kunnen worden. Weg met adapters dus!

Ten tweede passeert de energie van een microgrid niet langs het klassieke hoogspannings- of distributienet. Eigenaren van zonnepanelen die hun stroom kwijt kunnen aan een microgrid, zijn dus verlost van het ‘prosumententarief’. Het rendement van zonnepanelen wordt dan hoger, wat ook logisch is. Het is uiteraard economisch rendabeler dat je buurman de overtollige stroom van je zonnepaneel rechtstreeks overkoopt, dan dat ze terug via het net wordt vervoerd voor verbruik tientallen kilometers verderop.

Deze technologie is niet nieuw. Wagens zijn uitgerust met dergelijke microgrids, en in Nederland en Duitsland bestaan al microgrids in woonbuurten. In Vlaanderen bestaat er echter een belangrijke barrière voor microgrids.

Distributie van elektriciteit via dergelijke grids is namelijk onderworpen aan een monopolie van distributeurs. Hier is geen technische reden voor: het is eenvoudigweg historisch gegroeid. Als je dus als bedrijf of particulier stroom verdeelt aan je buren, dan overtreedt je de wet. Wil minister Tommelein vruchten plukken van de voordelen van zonnepanelen en microgrids op gelijkstroom, dan is de eerste noodzakelijke stap het opengooien van de distributiemarkt voor particulieren.

2. Batterijen zijn de toekomst

Vreemd als het mag klinken: batterijen kunnen niet ontbreken in een duurzaam gebruik van zonnepanelen. Zonne-energie wordt opgewekt met pieken en dalen: op dagniveau is er ’s middags het meeste energie, en in de zomermaanden ligt de output hoger dan ‘s winters. Om die dalen te overbruggen, is een batterij een handige oplossing. De combinatie van een batterij en een microgrid is heel sterk: het risico op een blackout ligt veel lager doordat het net zelfstandig kan blijven functioneren bij een stroomtekort.

Daarnaast voorkomen batterijen dat overtollige zonne-energie in het distributienet wordt gepompt. Dit is momenteel op zonnige piekmomenten zeer belastend voor het net, dat hierdoor zelfs verstoord kan raken. De enige oplossing is - absurd genoeg - de afschakeling van de zonnepanelen door de netbeheerder. Batterijen ontzien het net echter, en zorgen er dus voor dat er geen energie hoeft verloren te gaan.

De markt van de batterijen ontwikkelt zich razendsnel, en initiatieven vanuit de overheid om particulieren en bedrijven te informeren over het aanbod (bv. via demonstraties, testprojecten, etc.) zijn dan ook zeker welkom.

3. Stuur het verbruik van elektriciteit via de tarieven

Een minpunt van zonnepanelen zijn de pieken in het opwekken van de stroom. Die verschillen in functie van het weer, en komen vaak ’s middags voor. Nu hebben we er wel belang bij om ons stroomverbruik te verschuiven naar de momenten waarop er veel energie wordt opgewekt. Dit vergt een aanpassing in onze gewoontes. Deze kan gestimuleerd worden door een financiële bonus: verbruik je wanneer er veel energie wordt opgewekt, dan is dit goedkoper.

Laat ons dus op zoek gaan naar manieren om dit in de praktijk te brengen. Op termijn zou het interessant zijn te werken met dynamische prijzen die doorheen de dag fluctueren. Digitale elektriciteitsmeters schakelen dan onze apparaten (bv. wasmachine, vaatwasmachine, etc.) aan wanneer de prijs het gunstigste is. Momenteel is dit echter niet mogelijk: de huidige meters kunnen hoogstens onderscheid maken tussen dag- en nachttarief. Hierdoor stimuleren we mensen om ’s nachts goedkope stroom te gebruiken, wat minder en minder relevant wordt in deze “zonnige” tijden. We kijken uit naar meer proefprojecten met dynmaische meters zoals deze van Infrax en Eandis in sommige gemeentes.

4. Overal zonnepanelen

De kost van zonnepanelen is de afgelopen jaren sterk gedaald. Laten we nadenken over plaatsen waar we deze nog kunnen neerzetten, elders dan op een vrijstaand, zuidgericht dak. En niet enkel om de capaciteit te verhogen. Een toename van oost- en westgerichte panelen zou de stroomtoevoer ook meer spreiden over de dag, en de belastende hoge pieken op het distributienet temperen. Daarnaast kunnen spiegels een oplossing bieden voor een ietwat ongunstig georiënteerd dak. En ook voor daken waar af en toe een streepje schaduw over valt, bestaan ondertussen perfect werkende panelen.

Vandaag de dag is het probleem vaak dat bepaalde subsidies en vergunningen helaas enkel worden toegekend indien wordt voldaan aan voorwaarden over de oriëntatie en ligging van de zonnepanelen. Deze regels werken alleen maar belemmerend, en zijn nu niet meer relevant. Afschaffen is de boodschap.

5. Onontgonnen oppervlakken

Het hoeft overigens niet altijd een dak te zijn. In Nederland en Frankrijk bestaan plannen zonnepanelen te verwerken in de openbare weg. Het rendement is vrij spectaculair: een stuk snelweg van tien kilometer, uitgerust met zonnecellen, kan een stad van 50.000 inwoners verlichten. We kunnen nog andere synergieën bedenken: geluidsschermen langs snelwegen, fietspaden, tot en met de ramen van gebouwen. Wij kijken alvast uit naar een pilootproject op Vlaamse bodem.